Wanneer alle bedrijven, overheden en consumenten hun rekening op tijd zouden betalen, levert dit Europa 312 miljard euro en 500.000 banen op.
Dat blijkt uit het Europese betalingsonderzoek EPI onder bijna 6000 Europese bedrijven.
Vooral professionele dienstverleners als kleine zelfstandigen, accountants, vertalers en architecten, hebben last van wanbetalers. In Nederland krijgen zij 3,5 procent van hun rekeningen niet betaald, in Europa is dat 4,5 procent. Bij nutsbedrijven (gas,water, energie) is dat in Nederland 1,8 procent en Europees 1,5 procent.
De maatschap moet het griffierecht van een rechtspersoon betalen, besliste de Hoge Raad op 8 juli (LJN BQ2800). Dit is ook van belang omdat in dagvaardingen het juiste griffierecht voor de gedaagde partij moet worden gemeld. De Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) bevat geen bepaling voor griffierechten voor andere procespartijen dan rechtspersonen en natuurlijke personen.
De meeste griffies brengen sinds begin dit jaar het tarief voor natuurlijke personen in rekening; de griffier van de HR hield een maatschap echter aan het tarief voor een rechtspersoon. Het begrip ‘natuurlijk persoon' leent zich minder voor ruime uitleg dan het begrip ‘rechtspersoon,' aldus de HR en kennelijk is de strekking van de wet dat voor natuurlijke personen het lage en voor alle andere procespartijen het hoge tarief geldt . Hoewel de uitspraak alleen ziet op een maatschap, moet worden aangenomen dat de HR het hoge tarief ook toepasselijk acht op vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen.
De Hoge Raad heeft op 4 februari 2011 twee belangrijke arresten gewezen (HR4 februari 2011, LJN BP0006 gedaagde Zwitersland ) en HR 4 februari 2011, LJN BP3105 gedaagde Australie].
Kort gezegd heeft de Hoge Raad beslist dat:
- kantoorbetekening (art. 63 Rv.) wordt overgelaten aan het nationale recht;
- kantoorbetekening conform artikel 63 Rv. volstaat, waarna verstekverlening volgt;
- betekening conform de vereisten van het Haags Betekeningsverdrag kan daardoor achterwege blijven.
Meer specifiek moet in voornoemd arrest de vraag worden beantwoord of reeds verstek kan worden verleend op grond van de betekening van de cassatiedagvaarding op de voet van art. 63 lid 1 Rv. (kantoorbetekening). Het antwoord luidt bevestigend. Daarmee komt de Hoge Raad terug van de beslissing in zijn arrest van 27 juni 1986, LJN AC9459, NJ 1987/764.
Dit betekent dat nu zowel onder de Betekeningsverordening II [Verordening EG nr. 1393/2007] als bij het Haags Betekeningsverdrag kantoorbetekening volstaat voor verstekverlening. Bij Betekeningsverordening II besliste de HR hierover op 18 december 2009 zie: HR 18 december 2009, LJN BK3078, NJ 2010/111).Uit voornoemde arresten van 4 februari jl. kan geciteerd worden:
De kantoorbetekening strookt met het doel en de strekking van zowel het Haags Betekeningsverdrag als van de Betekeningsverordening II op eenvoudige en snelle wijze te bewerkstelligen dat de geadresseerde die in een andere lidstaat woon- of verblijfplaats heeft van het stuk kennis neemt, nu art. 63 lid 1 Rv. beoogt een sterkere waarborg te scheppen dat het exploot ook werkelijk tijdig degene bereikt voor wie het bestemd is. Het is in overeenstemming met deze door de Nederlandse wetgever beoogde waarborg en het bevordert een eenvoudige en doelmatige toepassing van de betekeningsvoorschriften, en van de kantoorbetekening in het bijzonder, wanneer wordt aangenomen dat de kantoorbetekening zowel onder het Haags Betekeningsverdrag als onder de Betekeningsverordening II volstaat voor verstekverlening. Tegen deze achtergrond moet thans worden aanvaard dat de kantoorbetekening als bedoeld in art. 63 lid 1 Rv. buiten het toepassingsgebied van het Haags Betekeningsverdrag valt. Het verzoek om verstekverlening is derhalve voor toewijzing vatbaar.